David Morant. Het is niet meteen een naam die even bekend is als Thibaut Courtois of Michel Preud’homme, maar het is wel de naam van de doelman met de meeste caps voor een Belgisch nationaal voetbalteam. Op de hoofdronde voor het EK, vorige week in Oekraïne, speelde hij zijn 100ste wedstrijd voor de Futsalduivels: een 2-1 overwinning tegen Montenegro. Daarom kreeg hij van Head of Delegation Jean-Pierre Notelteirs namens de spelersgroep en de technische staf een shirt met daarop het rugnummer 100, verwijzend naar de mijlpaal die hij heeft bereikt.

100 caps, het is niet veel voetballers of futsallers gegund. Op naar de 200 caps?

“Ik ben er al 39 dus er nog 100 bij doen zou wel heel moeilijk worden. Ik ben al heel trots dat ik aan 100 caps voor mijn land ben geraakt.”

Wat maakt futsal net zo’n leuke sport?

“Het is een sport die binnen gespeeld wordt, het gaat veel sneller en als doelman heb je ook veel meer actie en kansen om jezelf te bewijzen. Als je vergelijkt met voetbal: een keeper daar moet op 90 minuten misschien vijf tot tien reddingen doen, in futsal heb je er minstens twintig per wedstrijd. Ik hou ervan om veel werk te hebben als keeper en de hele tijd alert te moeten zijn.”

Wie is jouw grootste idool binnen het futsal?

“Als doelman is dat Eder Ferhman, een Braziliaan waarmee ik samen heb gespeeld in Charleroi. Voor mij is hij alles wat een doelman moet zijn in het futsal, ik was echt zwaar onder de indruk van hem. En als speler is dat natuurlijk Falcao. Die jongen is gewoon top, de beste ter wereld.”  

Intussen ben je zelf ook een idool geworden voor jonge futsalkeepers. Heb je goede raad voor hen?

“Laat je vooral niet ontmoedigen. In het futsal ga je snel van held naar antiheld en als keeper moet je jezelf bewijzen, want de coach kan maar één iemand in doel plaatsen. Je moet sowieso ook een beetje ‘gek’ zijn om in doel te staan en vooral niet bang zijn om geraakt te worden. Ik merk wel dat er meer en meer interesse komt vanuit voetbal naar futsal toe. Zo willen meer doelmannen uit het veldvoetbal het ook eens proberen in de zaal. Dat komt het niveau natuurlijk alleen maar ten goede. Maar de concurrentie voor elk plaatsje wordt ook groter.”

Welk ervaring zal je altijd bijblijven?

“De meest onvergetelijke ervaring was in eigen land, toen we ons in de Lotto Arena kwalificeerden voor het EK van 2010 tegen Servië. We speelden echt een erg sterke wedstijd, een sterk toernooi, en ik ben echt trots op wat we toen bereikt hebben. Dat was een hoogtepunt, samen met het EK in eigen land in 2014 en spelen tegen Falcao. Dat was geweldig, ik ben daar erg trots op, maar eerlijk gezegd doet het me meer wanneer wij ons als klein landje kunnen plaatsen voor een EK.”

Zijn er zaken waar je spijt van hebt ?

“Nee, niet echt. Ik heb een geweldige carrière gehad in België. Ik kon vaak naar het buitenland gaan, maar ik heb dat niet gedaan. Ik heb hier alles gewonnen en ik ben erg trots op mijn carrière.

Je bent nu 39 jaar. Denk je al aan het einde van jouw futsalcarrière ?

“Eerlijk gezegd denk ik nog niet direct aan stoppen. In futsal zijn er amper blessures en doelmannen gaan altijd wel wat langer mee. 39 jaar is dan wel al een redelijke leeftijd om te stoppen, maar er zijn zelfs nog wat doelmannen die nog ouder zijn. Ik ben ook vrij laat begonnen: mijn eerste cap was pas toen ik 26 was. Zelf blijf ik verder keepen zolang ik zin heb in het spelletje.